BISSCHOP JOHAN BONNY DOET KRACHTIGE OPROEP TOT STEUN VOOR CHRISTENEN IN IRAK EN IN MIDDEN-OOSTEN

In zijn homilie tijdens de Hoogmis van 15 augustus in de Antwerpse kathedraal, hoogfeest van de Tenhemelopneming van Maria, deed Mgr. Johan Bonny, bisschop van Antwerpen, een krachtige oproep tot ondersteuning van de christenen in Irak en het Midden-Oosten. Hij benadrukte daarbij de bijzondere band die ons als christenen verbindt met onze christelijke broers en zussen in het Midden-Oosten, en vroeg om meer internationale solidariteit en gebed voor vrede. 

Broeders en zusters,Vandaag viert de Kerk het feest van de Tenhemelopneming van Maria. Sinds de oudste tijd gelooft de Kerk dat Maria als eerste van alle gelovigen deel heeft gekregen aan de heerlijkheid van haar verrezen Zoon. Zozeer was haar leven verbonden met de zending en het heilswerk van Jezus, dat Hij haar als eerste wilde bekleden met de heerlijkheid van zijn opstanding uit de dood. Met fierheid en dankbaarheid kijken we naar Maria op. Aan haar voorspraak mogen we ons gebed toevertrouwen. We geloven immers dat zij bij haar verheerlijkte Zoon voor ons en allen ten beste spreekt.Op vraag van de Belgische Bisschoppen richten we vandaag een bijzonder gebed tot Maria voor de christenen in het Midden-Oosten. Voor duizenden onder hen is het vandaag immers geen feestelijke dag van Maria Tenhemelopneming. Integendeel, sinds vele decennia was de globale situatie van de christenen er nog nooit zo onzeker en pijnlijk als vandaag. In ongeveer elk land van het Midden-Oosten wordt de situatie van de christelijke minderheid met de dag hachelijker en onzekerder. Na de christenen in Iran, Egypte en Syrië, zijn vandaag opnieuw de christenen uit de Palestijnse Gebieden (Gaza) en uit Irak aan de beurt.In Irak zijn sinds een paar weken tienduizenden Chaldese christenen opnieuw op de vlucht voor het geweld. Na de oorlog tegen het regime van Saddam Hoessein hadden velen van hen een nieuw onderkomen gezocht in de noordelijke valleien van het land. Ze waren daar met veel moeite aan een nieuw leven begonnen. Nu worden zij ook uit dat gebied verdreven, dit keer om te ontkomen aan de gewelddadige terreur van de islamitische IS-troepen. Na lange tochten te voet, zoeken ze hun toevlucht bij christelijke gezinnen en christelijke parochies in andere delen van het land. Gisteren zag ik foto's van groepen Chaldese vluchtelingen, samengepakt in parochiezalen, kerken en tentenkampen. Ze hebben dringend humanitaire hulp nodig. Het ontbreekt hun vooral aan voedsel en medische verzorging. Samen met de Belgische Bisschoppen richt ik vandaag een dringende oproep aan alle gelovigen en mensen van goede wil om de humanitaire acties ten voordele van de christenen in Irak en in heel het Midden-Oosten te steunen. Deze humanitaire acties zijn inderdaad dringend. Elke dag die verloren gaat, vallen nieuwe slachtoffers. De collecte die zal doorgaan na de homilie is voor dat doel bestemd.Tijdens mijn vorige opdracht in de Pauselijke Raad voor de Eenheid van de Christenen te Rome, had ik dagelijks contact met gelovigen en kerkleiders uit het Midden-Oosten. Elke kerkgemeenschap leeft er met een lang en pijnlijk geheugen van vervolging, marginalisatie en uitsluiting. Vele christenen hebben het land van hun voorvaderen moeten verlaten, onder druk van vervolging, om zich in buurlanden te gaan vestigen. Veruit de meeste families dragen littekens van pesterij, vernedering, geweldpleging en zelfs moordaanslagen. Soms gaan deze verhalen terug op een ver verleden, meestal echter gaat het over verhalen uit de 20ste eeuw en uit het begin van deze eeuw. En helaas: het gaat ook over verhalen van vandaag.De migratie onder de christenen in het Midden-Oosten is daarom ook heel groot. Velen hebben in de voorbije decennia hun land verlaten, de meesten van hen onder druk van onhoudbare en meestal gewelddadige situaties. In meerdere landen is het aantal christenen zo verminderd, dat slechts een kleine en bedreigde minderheid is overgebleven. Ook in ons land en in onze stad zijn vele christenen uit het Midden-Oosten komen wonen. Ze proberen hier een nieuwe toekomst op te bouwen, minstens voor hun kinderen en kleinkinderen. Ze zijn dankbaar voor elke steun die ze krijgen vanuit onze plaatselijke parochies of christelijke gemeenschappen. Graag wil ik allen danken die daartoe hun steentje bijdragen. De regering wil ik oproepen om een extra contingent vluchtelingen uit Irak of Syrië naar België te laten komen als tijdelijke maatregel en om humanitaire redenen.Zijn de christenen dan de enigen die te lijden hebben in het Midden-Oosten? Zeker niet. Alle gematigde en vredelievende gelovigen, en dat is telkens de overgrote meerderheid van de bevolking, lijden onder de toenemende druk van extremistische bewegingen. Uiteraard hebben alle slachtoffers recht op onze steun en solidariteit. Tegelijk wil ik als bisschop de bijzondere band benadrukken die ons als christenen verbindt met onze christelijke broers en zussen in het Midden-Oosten. Door het doopsel behoren wij tot één en hetzelfde lichaam van Christus. Wij zijn met elkaar verbonden als leden van één en dezelfde familie. Christenen uit het Midden-Oosten kunnen moeilijk verstaan waarom onze solidariteit met hen zo zwak is. Kijken wij wel naar hen zoals zij kijken naar ons? Zien wij hen werkelijk als broers en zussen in het geloof en wat hebben wij voor deze verbondenheid over?Op een heel recente foto van Chaldese vluchtelingen zag ik hoe de meeste vrouwen een rozenkrans in de hand hadden. Ze baden tot Maria om steun, troost en bescherming. Vandaag, op het feest van Maria Tenhemelopneming, zullen ze dat zeker ook doen. En wij met hen. Aan Maria willen wij vandaag ons gebed om vrede toevertrouwen. Op haar voorspraak bidden we om vrede in het Midden-Oosten, om meer internationale solidariteit en om een steviger verbondenheid tussen christelijke broers en zussen wereldwijd.
Amen.+ Johan Bonny
Bisschop van Antwerpen